vk2011-voorspoed-tot-kDe Volkskrant 14 september 2011

Voorspoed voor de Surinaamse boeroes

Hun voorouders verlieten Nederland ruim anderhalf eeuw geleden om in Suriname een nieuw bestaan op te bouwen. Dat plan mislukte jammerlijk, maar de nazaten van deze eerste ‘boeroes’ behoren nu tot een van de succesvolste bevolkingsgroepen van Suriname.

Door: Stieven Ramdharie
Foto’s: Guus Dubbelman

RickVanRavenswaaySluit de ogen op de koele veranda in Groningen, het gehucht Groningen in Suriname om precies te zijn, en je hoort een Surinamer praten. Harde ‘r’, loodzwaar accent met op de achtergrond het zachte gekwetter van vogels. ‘Echt hôrrrrr’. Maar Rick van Ravenswaay (54) is, zoals ze in Suriname nog altijd zeggen, ‘zo wit als een pier’. Een blanke Surinamer met een echt Van Ravenswaay-voorkomen: typisch boerengezicht en dat bekende grote voorhoofd.

Op de veranda van neef Alex van Dijk (53), ook een ‘boeroe’, gaat het over Nederland. Het land dat vier Van Ravenswaays uit Veenendaal verlieten om in 1845, samen met honderden andere ‘boerenkolonisten’, een nieuw bestaan in Suriname op te bouwen. ‘Boeroe’ (boer) werden ze al gauw genoemd, anno 2011 een van de succesvolste bevolkingsgroepen van multi-etnisch Suriname. ‘Surinamers met een veenverleden’, noemt Van Ravenswaay zijn familie.

Van Ravenswaay, oud-minister: ‘Mijn vader is nu 83 jaar en hij is nog nooit in Nederland geweest. ‘Wat moet ik in die kou doen?’ heeft hij altijd gezegd. Boeroes hadden iets te bewijzen in Suriname. Falen en teruggaan naar Nederland kon gewoon niet.’

Van Dijk, veehouder : ‘Mijn zus woont er. De drie keer dat ik in Nederland was, heb ik de koningin nog nooit gesproken. Nee, ik heb echt geen band met Nederland. Ik ben een Surinamer. Soms denken ze hier dat ik een Nederlandse toerist ben. Maar zodra ik mijn mond open doe, weten ze hoe laat het is.’

Van Ravenswaay: ‘Op bezoek in Nederland weigeren ze te geloven dat ik een Surinamer ben. Op een afspraak lieten ze mij bij de receptie een keer een half uur wachten. De secretaresse zei daarna geschrokken: ‘Maar we zaten op een Surinamer te wachten’.’

Als de Surinamer een kip eet, dan is de kans groot dat het een ‘Sranan Fowru’ is van boeroe Peter van Dijk. In Paramaribo hebben de boeroe-broers Alex, Gerard en Robbert van Dijk ook flink in de melk te brokkelen met hun varkenshouderij en slagerijen. Boeroes zijn ook arts, werktuigbouwkundige, docent. Rij door de buitenwijken van Paramaribo, zoals Kwatta, en je ziet tal van straten vernoemd naar boeroes. Ooit waren ze eigenaren van honderden hectares landbouwgrond.

Zo is de Fresolaan waar de oud-minister deze ochtend uit zijn woning stapt, genoemd naar de opa en oma van zijn vader: Frederik en Sophie van Ravenswaay. Rond 1960 stond de boerderij van zijn opa er nog. Maar omdat de overheid bepaalde dat er zich geen veehouderijen binnen de bebouwde kom mochten bevinden, verkochten tal van boeroe-families hun grond.

Mislukt experiment

Met de benoeming in 2005 van landbouw- en voedingstechnoloog Rick van Ravenswaay in de regering-Venetiaan, schopte een boeroe het voor het eerst tot minister. De emancipatie van de kleine groep blanke Surinamers – hun aantal wordt nu geschat op zo’n duizend op een bevolking van 491 duizend – was compleet. ‘We zijn nu in alle segmenten van de samenleving te vinden, van de landbouw en de handel tot de politiek’, zegt Van Ravenswaay apetrots.

Dit succesverhaal begon in 1845 echter meteen met een horrorhoofdstuk. De drie Nederlandse dominees die toen het plan hadden opgevat om Surinaams land te bewerken, joegen de arme boeren de dood in. Met de boerenkolonisatie, zo was het idee van J. Betting uit Gelderland en zijn collega’s A. van den Brandhof en D. Copijn, kon worden ingespeeld op de naderende afschaffing van de slavernij. De angst dat de economie in de kolonie zou instorten na het vrijkomen van de slaven was groot. In 1841 legden ze het plan voor aan het ministerie van Koloniën in Den Haag. Migratie van Nederlandse boeren naar Suriname was toen ongebruikelijk. De favoriete landen voor Nederlandse boeren om een nieuw leven op te bouwen, waren Zuid-Afrika, de VS en Canada.

De uit Beesd afkomstige Betting haakte in 1843, na een bezoek aan Suriname, af. Betting moest een locatie uitzoeken. Maar hij wilde niet dat de boeren, vanwege de zware en moeilijke omstandigheden in Suriname, op stel en sprong zouden vertrekken. De twee andere dominees gingen met het plan verder. In 1845 vertrokken de eerste schepen met boeren naar de kolonie.

vk-SurinameIn slechts drie maanden tijd, overleed bijna de helft van de 367 kolonisten. De meesten door tyfus. Op de vervallen plantage Voorzorg, ooit een melaatsenkolonie, was niets van de beloofde hulp: geen kippen en vee, geen woningen, geen ontgonnen land, geen drinkwater. Het koloniale gezag in Paramaribo zag de groep ook liever gaan dan komen.

Acht jaar later werd het mislukte experiment beëindigd. Teruggaan naar een straatarm bestaan in Nederland was geen optie. Van Ravenswaay: ‘Veel boeroes wilden niets meer van Nederland weten’. De meeste families hadden zich toen al gevestigd bij het plaatsje Groningen, waar het klimaat aangenamer was. Later nabij Paramaribo. Het zou echter tot 1900 duren voor de boeroes, die veel melkvee hadden, het beter kregen. Rond die tijd hadden ze zich al opgewerkt tot de grote leveranciers van melk aan Paramaribo.

Op weg naar Groningen, een klein uur van Paramaribo, passeert Van Ravenswaay de veehouderij van zijn vader in Kwatta. Temidden van Chinese supermarkten, oprukkende nieuwbouw en Hindoestaanse landbouwers gaat de oude Rudi van Ravenswaay nog stug door. Moeder Van Ravenswaay, een letterkundige, is niet meer. De neven Van Dijk hebben hun bedrijf verhuisd naar Groningen, omdat de buurt klaagde over stankoverlast. ‘Mijn vader staat nog elke dag om vier ’s nachts op, na al die jaren van keihard werken’, vertelt de politicus in zijn terreinwagen. ‘Discipline, ijver, dat leerde hij ons. Op een of andere manier zijn de Van Ravenswaays niet dood te krijgen. Een zus van hem is 91 jaar.’

Even later, aan de Saramacca-rivier, turen we vanuit Groningen naar ‘De Hel’. Aan de overkant ligt Voorzorg, inmiddels helemaal dichtgegroeid en omgeven door oerwoud. Daar ergens moeten nog de resten liggen van de eerste boerenkolonisten die geveld werden door de hitte en ziekten. ‘Ter herdenking van de komst, het lijden en de volharding van de Nederlandse boeren in Suriname’, staat in Groningen te lezen op een monument voor de boeroes.

Drang naar succes

AlexVanDijkHet is bloedjeheet als neef Alex van Dijk in de middag zijn nieuwe bedrijf toont. Gebouwd op grond van de familie. Met baseballpet, korte broek, lichte ogen en gebruind gelaat lijkt hij veel op een Nederlandse toerist in de tropen. Tot Van Dijk zijn mond open doet en de Surinamer in hem verschijnt. ‘Dit is een grote varkensfabriek’, zegt Van Dijk met zware tongval over zijn drieduizend varkens in de langgerekte nieuwbouwstallen. ‘We doen niet onder voor Nederland, qua productie.’

Alex doet de fokkerij, de twee anderen doen het slachten, de slagerijen en de financiën. En oh, ja, Alex zit ook in de aannemerij. Wandelend over het terrein, wijst hij naar het oerwoud naast hem. ‘Van mijn buurman, ook een boeroe. Maar hij doet er niks mee. Hij maakt alleen kinderen met zijn Indiaanse vrouw.’

Boeroes trouwden lange tijd binnen de eigen groep maar dat is al lang niet meer zo. Van Dijk is getrouwd met een Amerikaanse, Van Ravenswaay met een Indonesische. Zijn zus, een lerares, is wel met een boeroe. Van Ravenswaay: ‘Mijn opa zei altijd: ‘Er zijn zo veel mooie meisjes in Suriname. Kijk toch niet naar die witte meisjes.’ Er zijn nu verschillende takken Van Ravenswaay. Laatst werd een Van Ravenswaay gearresteerd voor een bankroof. De mensen vroegen mij:
‘Minister, is hij geen neef van u?’ Die jongen was pikzwart.’

ZavianoVanRavenswaayOp die heerlijke veranda van neef Alex in Saramacca, praten ze aan het einde van de dag met een Parbo-biertje over het boeroe-leven: de discipline, de druk van de groep, de drang naar succes, de heerlijke vrije jeugd op het Surinaamse platteland.

Van Ravenswaay: ‘Ons werd steeds voorgehouden dat scholing belangrijk was. Je mocht niet afhankelijk zijn van iemand, je moest iets voor jezelf opbouwen.’

Van Dijk: ‘Mijn ouders spraken weinig maar ze verwachtten wel veel van je. Werken bij de overheid kon niet. Dan was je een luilak.’

Van Ravenswaay: ‘Een mislukkeling.’

Van Dijk: ‘Was je meteen afgeschreven. Want als boeroe ga je toch niet voor een baas werken?’

————————–
Plan en uitvoering
1842 Drie dominees komen met een plan voor boerenkolonisatie.
1843 Minister van Koloniën keurt het plan goed.
1844 Plantage Voorzorg in Saramacca wordt gekocht.
1844 Arts waarschuwt voor veel doden.
1845 Schepen komen aan in Suriname.
1845 Tyfus-epidemie, 147 boeren overlijden.
1849 Veel gezinnen verhuizen naar de omgeving van Paramaribo.
1851 Gele-koortsepidemie, veel doden.
1853 Kolonisatie gestopt, slechts 54 boeren over.
1895 Einde van de trek naar de rand van Paramaribo.

Bron: Stichting Boeroe Kon Makandra