Tante Ilse’s fosten tori

augustus 2007

door Paul en Sandra Droog-Apon

  • IIse Veldhuizen-van Brussel, 77 jaar

Tante Ilse was getrouwd met wijlen Herman Willem (Willy) Veldhuizen. Zij heeft 8 kinderen en 12 kleinkinderen.
Zij is de dochter van Bartholomeus Hubertus van Brussel en Mathilda Hendrika Lang.

 

Tante Roma Gummels-van Brussel en tante Ilse Veldhuizen-van Brussel 10 aug 2007

Links tante Roma en rechts tante Ilse, 10 augustus 2007 (archief Fam. P. en S. Droog-Apon, IJsselstein)

Redactioneel

Regelmatig komen tante llse en haar zus tante Roma, getrouwd Gummels, op bezoek bij mijn moeder Nellie van Brussel, getrouwd Apon.

Tante Ilse vertelde ons de volgende tori over de oorlogstijd. Zij was bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog 10 jaar oud.

Wij hebben zoveel mogelijk de spreekstijl van tante Ilse aangehouden en met voetnoten achtergrondinformatie gegeven om de tori beter te kunnen begrijpen.

In Nederland hebben we bij tante Ursie, zus van tante Ilse, foto’s uit de fotoalbums mogen halen, waarvoor onze dank.

Angstige tijden in de oorlog

Goslar 2007

Het Duitse vrachtschip de Goslar was op 5 september 1939 de Surinamerivier opgevaren en de bemanning had asiel aangevraagd. Op 11 mei 1940 bracht de bemanning het schip tot zinken op een zandbank midden op de Surinamerivier ter hoogte van de centrale markt. Het wrak van de Goslar ligt er nu nog steeds. De kapitein en de bemanningsleden werden gevangen gezet en brachten de oorlog in krijgsgevangenschap door. Onder andere op Jodensavanne. Zie ook www.andasuriname.com onder Geschiedenis Suriname: Goslar.

Er mocht ’s avonds buiten geen licht te zien zijn, want anders zouden de Duitse piloten kunnen zien waar ze warentooltip. Je moest de lampen voor de helft met zwart papier afdekken. Zelfs een klein lichtje vanonder mocht niet naar buiten schijnen. De auto’s moesten hun koplampen ook afdekken, met zwarte verf. Het was gewoon angstig, dat kan ik je wel vertellen. Als je ’s avonds in bed lag en je hoorde een vliegtuig aankomen dan zat je rechtop in bed en je vroeg je af of er een bom ergens was gevallen?
Er waren in Suriname ook enkele mensen met de Duitse nationaliteit. Die werden eveneens opgepakt en opgesloten. Ik heb het wel gehoord, maar ik ben vergeten wie. Aan de Copieweg, richting Lelydorp, werden ze geïnterneerd. Die vader van Janasch was ook opgepakt. Er waren ook van die hoerenmeiden, sorry voor het woord, die werden ook opgepakt en opgesloten.

Toen ik op de Westerschool aan de Nieuwe Domineestraat zat werd ons geleerd hoe wij in de schuilkelder moesten komen: bij alarm allemaal rennen naar de schuilkelder. De schuilkelders moesten speciaal gemaakt worden, want er waren geen kelders. Bij de Sophie Redmondstraat was een schuilkelder en ook bij de Nepveustraat. De schuilkelder van de Nepveustraat was voor de kinderen van de Westerschool en voor de buurtbewoners.
Als je terugkijkt was het een angstige tijd geweest met die vliegtuigen ’s avonds. En door de afgedekte lampen had je geen goed schijnsel, zodat je niet prettig kon lezen.

Amerikaanse zeppelin met bom

Weiland veldhuizen 2e rijweg met Veldhuizens

Het Duitse vrachtschip de Goslar was op 5 september 1939 de Surinamerivier opgevaren en de bemanning had asiel aangevraagd. Op 11 mei 1940 bracht de bemanning het schip tot zinken op een zandbank midden op de Surinamerivier ter hoogte van de centrale markt. Het wrak van de Goslar ligt er nu nog steeds. De kapitein en de bemanningsleden werden gevangen gezet en brachten de oorlog in krijgsgevangenschap door. Onder andere op Jodensavanne. Zie ook www.andasuriname.com onder Geschiedenis Suriname: Goslar.

In die jaren is er aan de Tweede Rijweg, daar waar mijn man Willy Veldhuizen gewoond had, op een middag een Zeppelin over komen vliegen. Toen kwam er iets naar beneden vallen. Die mensen kenden die dingen natuurlijk niet en keken hoe dat ding in de grond sloeg. Dokter Snijders had het ook gezien en kwam aanrijden in zijn auto, of was het op zijn motorfiets? Willy vertelde wat er was gebeurd en de dokter zei: ‘Blijf van dat ding af! Het is een bom!’ Men maakte contact met vliegveld Zorg en Hoop en er kwamen mensen van het vliegveld kijken. Het was inderdaad een bom. Omdat de grond zacht was is de bom niet ontploft. Ze zijn met de auto gekomen en met wattenspul om de bom schokvrij te transporteren. Een bomexpert stopte zijn hand in de grond en maakte de bom onklaar. De bom werd gelicht, in de auto gezet en weggebracht. Die zeppelinpiloot was straal bezopen. Hij had de bom niet mogen laten vallen. Ze hebben hem gelijk weggestuurd.

Het was een Amerikaanse zeppelin. Die dingen waren groot, je kon ze van een afstand goed bekijken. Ze vlogen meestal ’s middags om 5 uur laag over, maar soms ook ’s middags tegen één uur. Het was toch rot om die dingen mee te maken. Die tijd wil ik niet meer meemaken. Als je ’s avonds naar bed ging dan kon je niet slapen, je hoorde die machines overvliegen.

Nellie Apon voegde er aan toe: één ding kan ik me nog herinneren. We waren alleen thuis toen een vliegtuig overvloog. Toen hij voorbij was maakten we de lichten weer aan. Het vliegtuig kwam echter terug. Wij maakten de lichten toen gauw weer uit. Het was donker en dan hoorde je die uil. Ik was zo bang.

Weet je nog dat er een vliegtuig bij Ravenswaay was geland? Het was een noodlanding. Volgens mij is het twee keer gebeurd.

Schaarste

Mathilda Lang met kinderen

Leida Lammers, Mathilda van Brussel-Lang en Ilse van Brussel, 1930 (archief Fam. D. Apon – van Brussel, Paramaribo)

Ik heb vanaf mijn twaalfde gewerkt bij de sigarettenfabriek Batco op Saron. Er was geen brood in de oorlogstijd. Daarom moest ik ’s middags thuis op Viabella gaan eten, dan weer teruggaan om op tijd aan het werk te zijn. Ik moest die weg dus vier keer afleggen: vier keer vier km lopen.

Tijdens en vlak na de oorlog was er schaarste aan onder andere olie, suiker, blom. Je kon het alleen maar met voedselbonnen krijgen. En je moest ervoor in de rij gaan staan. Mijn moeder Mathilda Lang zei: ‘Als je vanmiddag thuis komt probeer dan suiker voor me te halen.’ Ik kwam van het werk en ging in de rij staan om suiker te kopen samen met mijn zus Roma. Ze hebben Roma bijna doodgedrukt voor een pondje suiker. Roma begon te huilen. Iemand, ik weet niet wie, heeft Roma uit de rij gehaald. Het was op de hoek van de Domineestraat en de Wanicastraat bij die Chinese winkel. De familie Overeem woonde daar aan de overkant. 
Je stond in de rij, schuifelde naar binnen voor je pondje suiker, en dan ging je er aan de andere kant weer uit. Dan ging je opnieuw in de rij staan om er nog een beetje suiker bij te halen. En daarna aan de Tweede Rijweg ging je weer in de rij staan. Het was erg hoor. Ik was samen met Roma het slachtoffer.

Middelbare school ging niet door

batcoadvertentie

Advertentie uit Mededelingen van het Surinaams Museum, Oktober 1988 Nummer 43. Artikel op internet: De British American Tobacco Company sluit in 1999 haar deuren. Althans, voor wat de productie afdeling betreft. De Batco staakt de productie van sigaretten in Suriname, hoewel het nog steeds de bedoeling is sigaretten op de markt te brengen. Hiertoe zullen de producten uit Trinidad and Tobago worden geïmporteerd. In Suriname zal de Batco zich beperken tot de import en distributie van die producten. Door het stopzetten van de productie-activiteiten zullen niet minder dan 58 personen hun baan kwijtraken. Weliswaar wordt tussen directie en vakbond van de Batco thans gewerkt aan een goede afvloeiingsregeling. Het besluit tot het staken van de productie van sigaretten in Suriname is genomen, nadat was gebleken dat het goedkoper is sigaretten uit Trinidad op de markt de brengen, dan wanneer die lokaal worden geproduceerd. De sluiting van de productie afdeling van de Batco illustreert het ,,productiegericht” beleid van ons land. Triester kan het niet. Alle investeringen, die in de toekomst mogelijk voor Suriname waren bestemd, zullen thans op Trinidad and Tobago worden gepleegd. (bron: www.parbo.com/daily/inside090199.html )

Toen ik 13 jaar oud was moest ik al werken, dat was bij de Batco. Weet je wat er is gebeurd nadat ik de lagere school had doorlopen. Toen ik van school ging wilde mijn vader dat ik naar een Katholieke school iets verderop zou gaan. Omdat ik Hervormd was werd ik niet aangenomen, maar als mijn vader me zou laten dopen was er geen probleem. Dat wilde mijn vader natuurlijk niet. Daarom ben ik thuis gebleven en ben gaan werken.

Als ik ’s middags om halfvijf thuiskwam ging ik eventjes een beetje uitrusten, baden en daarna ging ik samen met Hermien van Brussel naar kniples bij mevrouw Kruisland aan de Anniestraat. Ik heb een poosje bij haar op kniples gezeten, maar op een gegeven moment werd het een beetje lastig om de kniplessen te blijven volgen, omdat mevrouw Kruisland ieder keer ging verhuizen: dan ging ze weer ietsje verder wonen of ze kwam weer dichterbij en zo steeds maar weer dus dat was een beetje lastig hoor. Velen gingen voor hun kniplessen naar mevrouw Kruisland.

strooisters en bruidsmeisjes huwelijk ilse en willy veldhuizen van brussel

Huwelijk Ilse van Brussel en Willy Veldhuizen, 19 mei 1949. Vlnr. voorste rij: de strooisters: Emy van Dijk, Ursie van Brussel, Tine Lammers en Reina van Dijk Achterste rij de bruidsmeisjes: x Veldhuizen, Roma van Brussel en Tine van Dijk (archief Ursie van Brussel, Amsterdam)

 

batco-medewerkers

Medewerkers Batco tijdens uitstapje Weg naar Zee, 1947/’48. Vlnr.: ??, Frank Veldhuizen, ??, ??, Berta Rozenberg, Hermien van Brussel, Jilly Veldkamp, Ine Vermeer, ?? (archief Ine Vermeer, Houten)

Angstig avontuur

Een van die avonden, dat ik terug kwam van kniples, hadden die kerels Hermien van Brussel en mij lastig gevallen. Dat heb ik je toch verteld. Het was bij het kampement (Prins Bernard Kazerne, later Memre Boekoe Kazerne). Daar waren die schutters (Surinaamse militairen) en een van ze begon een beetje moeilijk te doen. Op een gegeven moment werd hij boos. Hij sprak negerengels en wij gaven geen antwoord natuurlijk. Ik verstond hem wel hoor. Ik zei: ‘Wachtie, mie kon. Ik ga mijn vriend halen. Hij zal jullie leren.’ We zijn toen hard weggerend en zijn gaan schuilen achter het hekje van het erf van Wies van Ravenswaaij. Dat was naast het Kampement en het huis stond wat dieper naar binnen. Toen kwamen die twee schutters eraan. Ik zei tegen Hermien: ‘Ze komen hoor’. We gingen piepen en eentje zei: ‘Hier moeten ze zijn.’ Toen we dat hoorden zijn we gerend naar de familie Enting. Die vroegen: ‘Wat is er aan de hand, wat is er aan de hand.’ Ik kon bijna niet praten. Uiteindelijk hebben we verteld wat er aan de hand was. Ze stelden voor om even te wachten. Een kennis van hen liep achter ons aan met de fiets aan de hand om ons veilig naar huis te brengen. We waren natuurlijk bang, Hermien en ik. Er is niets gebeurd hoor. Wij woonden aan de Viabella.

Boeren aan de Verlengde Gemenelandsweg

Bert en Mathilda van Brussel-Lang met kleinkinderen

Bert van Brussel 75 jaar, met kleinkinderen Veldhuizen, 12 oktober 1962 vlnr. Achteraan: Hildegard Veldhuizen, Tilly van Brussel-Lang en Bert van Brussel. Vooraan: Paul, Andries, Elsbeth, Florence, Imro en Ferdinand Veldhuizen. (archief Ursie van Brussel, Amsterdam)

Vroeger was de (Verlengde) Gemenelandsweg een zandpad. Rond 1956 was het gedeelte vanaf de Wanicastraat tot aan het kampement geasfalteerd.

Viabella, dat betekent mooie weg, was ook een boerderij. De boerderij en de grond waren van mijn vader Bert van Brussel. Nadat de grond was verkocht werden de eerste acht stenen huizen voor ons gebouwd aan de linkerkant van de Viabellalaan gezien vanuit de Verlengde Gemenelandsweg: één voor dokter Jan van Mazijk op de hoek, één voor mijn ouders en zes voor de kinderen. Dat moet zijn in 1957, want de huizen zijn net zo oud als mijn dochter Florence.

Alle land aan de (Verlengde) Gemenelandsweg en Kasabaholo was boerderij. Langzamerhand zijn de boeren opgehouden met het boerenbedrijf. Het loonde niet meer. Ze zijn toen gaan verkavelen. De familie Sloot als eerste, daarna volgde mijn vader, Bert van Brussel. En zo is het toen verder gegaan.

kaartboerderijen1936families

Boerderijen aan de Verlengde Gemenelandsweg-Kasabaholoweg 1936, per familienaam ingekleurd No. 17: Bert van Brussel, No. 11: K. Sloot, No. 12: P. Sloot; No. 5 Aloysius van Ravenswaaij.

Het was een mooi gezicht die koeien te zien wandelen ’s middags in het weiland. Mijn vader zou misschien niet opgegeven hebben, maar toen hij ziek werd heeft de dokter hem aangeraden om er liever mee te stoppen. Mijn vader heeft toen voor mijn broer Albert van Brussel aan het Garnizoenspad een perceel gekocht. De koeien werden overgebracht naar het Garnizoenspad en later hebben ze hier aan de Viabella dat stukje verkocht. Einde boerentijd. Het was toch akelig om te zien hoe die koeien weggebracht werden.

Mijn ouders woonden in een klein huisje en later hebben ze op die plaats een nieuw huis gebouwd voor mijn moeder.

kwartierstaat ilse van brussel

Kwartierstaat van de kinderen van Bert van Brussel en Mathilda Lang, met ouders en grootouders

Eind goed, al goed

Oom Willie Veldhuizen en tante Ilse van Brussel

Oom Willy en tante Ilse Veldhuizen-van Brussel

Bedankt, lieve tante Ilse en tante Roma, voor deze fosten tori.
De tijd gaat snel als je tante tori vertelt. Zo ’s middags onder het huis van mijn moeder is het dan prettig toeven.

Deze fosten tori is voor een groot deel al verteld op 15 december 1999. Maar het navragen van details en het laten controleren van het resultaat vanuit Nederland kostte de nodige tijd. In onze laatste vakantie zijn tante Ilse en tante Roma weer bij mijn moeder op bezoek geweest. Ondanks de regen zijn ze toch gekomen. En zo kunnen we een punt zetten achter deze tori.

Paul en Sandra Droog-Apon 
Stichting Boeroe Kon Makandra