Evert Vermeer, 78 jaar
Oom Evie is geboren op
1 april 1929 en daarvan zegt hij trots:
'1 april 1929 was een paasdag.'
(Red.:
Maandag 1 april 1929 was inderdaad Pasen, en wel de 2e Paasdag.)
RedactioneelTijdens onze vakantie in Switi Sranan hadden we een afspraak gemaakt om van oom Evie tori te horen over vroeger. Van de zus van oom Evie, tante Ine Vermeer, hebben we veel dierbare oude foto's gekregen om bij deze tori te plaatsen; ook heeft zij aanvullingen op de tori gegeven, waarvoor onze dank. Deze aanvullingen hebben wij in voetnoten opgenomen. Wij hebben oom Evie's verteltrant zoveel mogelijk aangehouden. Het verhaal van Oom Evie hebben we in vier delen geknipt. Het eerste deel is reeds gepubliceerd. Hieronder volgt het tweede deel, de andere delen zullen we de komende maanden publiceren. Voor Deel 1 Voor Deel 2 Voor Deel 3
| Jo Vermeer-Rozenberg en Evert Vermeer (29 juli 2007)
|
Kwartierstaat vanuit de kinderen van Evert Vermeer en Jo Rozenberg
SlijpmeelDie Bert van Ravenswaaij 56) heb ik nog vaak meegemaakt. Ze huurden soms die auto van me, want ik had ondertussen die Studebaker. Dan moest ik gaan, dan kreeg je misschien drie gulden voor die rit. Het is nauwelijks je benzine, alhoewel benzine wel goedkoop was, hoor. Keertje kwam ik, toen hadden we hier op Kasabaholo al de boerderij dus ik moest ook slijpmeel kopen voor de koeien, Konassi, zo noemden we de Tourtonnelaan. En dan zie ik oom Bert daar: 'Evie, kan je die slijpmeel voor me brengen naar huis!' En ik was met Kalpoe, die Hindostaan achterop. Ik zei: 'Oom Bert, nee ik kan niet, want ik moet mijn kinderen van school halen, Zinniaschool, tegen één uur.' En het was al tegen twaalven. Toen zei Kalpoe nog tegen me: 'Ach, hij is toch een boeroe zoals jij, help hem!'. Toen zei oom Bert: 'Ik ga je ervoor betalen.' Maar natuurlijk, wat wil je dan? Twaalf kilometer van daar. Wat dacht je dan, ik ben nog geen Rockefeller, of filantroop. Ik weet het niet, je mag het misschien niet zeggen, maar deze mensen, zúinig! We komen daar . Snel gereden naar op Garnizoenspad. Slijpmeel uitgeladen. Je weet zelf, tegen één uur is het nogal een beetje aan de warme kant. Ik vroeg aan hem: 'Oom Bert, heb je niet wat te drinken?' Ik reken, dan ga ik een stroop krijgen of een cola. Oom Bert zei: 'Het water hier is vreselijk goed water!' Ik kreeg water uit de put. Maar centen heb ik nooit gehad van hem, hoor. Want ik kan je zeggen, die boeren onderling, hm. Ik kan je zeggen, die boeren onderling gunden elkaar het licht niet in de ogen. Eerlijk waar! Haat en nijd, hoofdpijn, ja. Ik weet niet
waaraan het ligt. Als je weet, dat hier aan de overkant, bij opa Djannie en Tammenga
.
Dat ze dus twee omrasteringen hadden gemaakt, elk voor zich. Je ziet het. Kijk
ook maar die verenigingen van ze, VANK en UNI. | Opmerking
56
|
Boerderij op KasabaholoPinaren ga ik niet direct zeggen, we hebben gegeten. Vroeger op de boerderij van mijn vader gewerkt. Later, na het trouwen gewerkt op de boerderij van mijn vrouw Jo Rozenberg. Onze boerderij stond op Kasabaholo. We hadden bijna 80 koeien. En we leverden melk aan de Melkcentrale. |
|
Melk van kwaliteitIk was in de melkhandel gegaan. Het was behoorlijk
zwaar, Maar het verdiende behoorlijk. De melk werd gezeefd met een stukje goed en in roestvrijstalen melkbussen gezet. Voor de tijd van de Melkcentrale 57) kwamen ze 's morgens en 's middags de melk ophalen. Dan werd de melk gekeurd. En dan bleek, niet speciaal bij mij, dat er soms modder en soms kleine visjes in zaten: je snapt dan, dat er extra water was toegevoegd en waar dat vandaan kwam. Rob A. was keurmeester bij Lanti. En zijn broer Dikkie
lag samen met mij, in 1963, in het 's Lands Hospitaal. Dus natuurlijk, zijn familie
komt, en mijn vrouw Jo komt ook bij me. En ik zag die Rob komen. Ik had al kennis
gemaakt met Dikkie. Want ik kende die broers nog niet. En toen hadden we het natuurlijk
erover hoe het kan dat ik altijd tweede kwaliteit 58)
kreeg. Hier aan de overkant. Ik
was heel goed met Humphrey Tamminga. Hij woont nu in Limburg. We waren heel goed.
Het was geen slechte vent. Hulpvaardig, en zo, Maar, je weet, jij boeroe, ik boeroe.
En Humphrey had een hypermoderne stal gebouwd. Helemaal met steen, gemetseld,
met voerbakken, met achter bij een giertank voor de mest. In Holland noem je dat
gierputten, maar hier heb je geen gierputten, maar een soort goot achter die stal,
ieder dag moest je de mest daarin douwen en dan werd dat weer op mestkarren gezet
om de bananen te planten. Een andere keer komt
Humphrey weer: 'He Eef, luister no.' Hij
kreeg natuurlijk prompt eerste kwaliteit ook. Hij wou me geld geven, maar dat
wilde ik niet, echt niet. Als ik je help, help ik je. Als we zaken doen, doen
we zaken. Maar dit zijn geen zaken. En wat de keuring betreft voor die Centrale als je
melk ging leveren in de stad dan had je drie keurmeesters: Dundas, Sanches en
Sjaks. Dus dan stoppen ze je en komen ze monsters halen. En natuurlijk, je hebt
een aantal bussen in je wagen en later in je auto, want vroeger hadden we melkwagens
of karren. Monster uit die bus, d'r uit die bus. En je kreeg een fikse boete als
er iets mee was. Melk is gewoon water, maar je mag geen water tóevoegen
en dan kreeg je een behoorlijke boete. Ik heb nooit een boete betaald. Moet ik
er ook bij zeggen hoor. Als ze me hadden gepakt moest ik betalen. Maar het hele
zooitje waren ook goede kennissen van mij. Want namelijk, wij hebben die boerderij
maar je hebt nooit genoeg melk als je levert aan de Surinaamse Bank, Bruynzeel,
dat zijn behoorlijke hoeveelheden hoor, voor de koffiekamer en zo, toch. Ik was
heel goed met die mannen. Dus je koopt melk ook op, want je hebt niet genoeg.
Dan neem je van die, die levert voor je en die levert voor je. En ik verdiende
op een liter twee of drie centen, het was niet veel. En ja ik weet niet, ik zal
zeggen Pa Djannie, levert me, D. levert me, Herman Veldkamp levert me. Maar ja,
die mannen houden ervan om die koeien van 3 liter te maken van koeien van 30 liter.
Melk is wit, je kan dus niet zien of er water is toegevoegd. Als je er water in
zet dan moet je behóórlijk veel zetten, voordat je het ziet. Dus
als ik kom bij de Melkcentrale, dan weet ik precies, nou die bus komt van mij.
Niet dat ik ook geen water zette hoor, laten we eerlijk zijn. Maar je hebt dus
een hoeveelheid die zuiver is. Want je weet, wat kan gebeuren. Die mannen van
de Melkcentrale kwamen en Sanches kwam een babbeltje maken of hij monsters kan
nemen. |
Figuur
22
Opmerking 58 Opmerking
59
Opmerking
60
|
Verkaveling en geldontwaardingKijk wat er is gaan gebeuren. Op een gegeven ogenblik had je boerderijen tot aan de Wanicastraat van de Henssen, van de Ravenswaaij's. Het is na de Tweede Wereldoorlog begonnen met de verkaveling. Je kunt wel zeggen dat je niet gaat verkopen, maar je gaat moeten verkopen want gegeven ogenblik krijg je rondom de huizen van al die mensen. En jouw omrastering slaan ze tegen de vlakte. En je hebt koeien en jij bent verantwoordelijk als dat beest op straat gaat en een auto hem aanrijdt: je zal alle schade moeten betalen. Het zijn Hindostanen die het land gaan kopen en die maken het. Dus gegeven ogenblik. Wat gebeurd is in Suriname en met bijna al die boeren: als je voor je boerderij kreeg, zeg maar een half miljoen, dat is een hoop geld, en je zet dat op de bank en je krijgt 5 %. Dan heb je dus inkomsten van 2000 per maand ruim. En dat kun je niet opmaken. Toen kreeg je die zogenaamde geldontwaarding, en dat is al begonnen voor de Onafhankelijkheid 61). De Surinaamse gulden was 2,10 Nederlands in 1962. Je kan het natrekken. Ik was in Gouda, ik moest naar een of andere receptie van een trouwerij, ik moest een pak hebben en die nicht van tante Jo woonde in Gouda, daar logeerde ik, dus we gingen de stad in en ik zei tegen Bertha: 'Ik moet een behoorlijk pak hebben'. We gaan daar in een van die winkels. Jas. En ik zei aan die dame daar in die winkel: 'Maar ik heb geen Hollands geld.' Ik vroeg of ik in Surinaams kon betalen. Ze waren kras op de Surinaamse gulden. Ik heb zelfs Surinaams geld gewisseld in Koenigswinkel in Duitsland! Het is gebeurd in de onafhankelijkheid. Dat heeft Suriname
de das om gedaan. Ze prijzen het wel. Lachman had gezegd dat alles goed ging komen
na de Onafhankelijkheid. |
Opmerking
61
Opmerking
62
|
Nooit uitgepraatOom
Evie is nog niet uitgepraat, maar we waren door onze cassettebandjes heen. Een
week later namen wij het concept van deze fosten tori door bij oom Evie en tante
Jo thuis aan de Kasabaholoweg. Pas geleden, in een telefoongesprek, vroeg Oom Eef wanneer we weer eens langs kwamen, want hij had nòg wat tori's... Oom Eef, tante Jo, bedankt
voor al deze tori's. We komen zeker nog eens langs. |
|