Evert Vermeer, 78 jaar
Oom Evie is geboren op
1 april 1929 en daarvan zegt hij trots:
'1 april 1929 was een paasdag.'
(Red.:
Maandag 1 april 1929 was inderdaad Pasen, en wel de 2e Paasdag.)
RedactioneelTijdens onze vakantie in Switi Sranan hadden we een afspraak gemaakt om van oom Evie tori te horen over vroeger. Van de zus van oom Evie, tante Ine Vermeer, hebben we veel dierbare oude foto's gekregen om bij deze tori te plaatsen; ook heeft zij aanvullingen op de tori gegeven, waarvoor onze dank. Deze aanvullingen hebben wij in voetnoten opgenomen. Wij hebben oom Evie's verteltrant zoveel mogelijk aangehouden. Het verhaal van Oom Evie hebben we in vier delen geknipt. Het eerste en tweede deel is reeds gepubliceerd. Hieronder volgt het derde deel, de vierde deel volgt later. | Jo Vermeer-Rozenberg en Evert Vermeer (29 juli 2007)
|
Deel 3 | |
Vader uitlandigVolgens
mij had mijn vader het verlangen om terug te gaan naar zijn geboorteland. De oorlog
had hij niet mee gemaakt, want als je dat had meegemaakt dan kan ik me best voorstellen
dat je echt niet terug verlangde. Mijn vader is gaan werken in de Noordoostpolder
32). Ik geloof niet dat ik veel heb getrokken
van mijn vader. Ze zeggen dat ik meer getrokken heb van de oude opa Karel van
Brussel en dat zou ook best kunnen. Berooid en geen Spaans sprekend ging Patje bij de Nederlandse
ambassade langs, en daar kreeg mijn vader te horen dat het beste wat hij kon doen
was zo snel mogelijk te vertrekken, want Venezuela is geen landbouw en boerderijland.
Veeland misschien wel hoor, maar toendertijd niet. Om aan geld te komen verkocht Patje wat sigaretten in de haven. Plotseling kregen we van hem bericht: we moeten
200 gulden sturen, want hij moet terug. Mammie had geen geld. De winkel leverde
nauwelijks genoeg geld op om te vreten en waar haal je dat geld vandaan. Toen
heeft mijn moeder het geld geleend van tante Marie Rozenberg-van Brussel 33)
om Patje te halen. Ik ben hem samen met moesje gaan ophalen op Zanderij. Toendertijd
stonden daar alleen van die barakken. Mijn vader was weer terug... |
Opmerking 32)
Opmerking
32)
|
Roerig levenMijn vader heeft wel met een paar dingen geluk gehad. Hij heeft een stuk grond gekocht met die paar centen die de verkoop van de boerderij aan het Garnizoenspad opleverde. Hij heeft een klein stukje op Domburg gekocht en een stuk aan het eind van de Sophie Redmondstraat. Daar waar nu de auto-onderdelenzaak Big John 34) is. Dat was van hem. Hij heeft daar 6 huizen gebouwd. Later is hij weer naar Holland gegaan en heeft daar een huis gekocht en weer verkocht. Iedere keer had hij een paar centen winst. Mijn vader had een vreselijk roerig leven en wij dus ook. Mijn
ouders zijn gescheiden en later zijn ze weer getrouwd 35)
met elkaar. Ja wel. Het is een roerig leven geweest. Wat mijn vader
heeft gedaan, of niet heeft gedaan, als iemand ouder wordt krijg je een beetje
week. Ik ben hem nog gaan zien in Almere. Hij zat daar en zo alleen. Hij werd
op z'n elf en dertigste verzorgd door mijn broer Koosje 36).
Daar zat hij rustig. | Opmerking
34) Opmerking
35) Figuur
11 Opmerking
36) |
VANKJe had een boerenvereniging, de VANK 37). Daar kon ik af en toe een ritje regelen. Weet je hoe veel Hollandse jongens ik daar naar binnen heb gebracht. Nu ga je lachen, want ik was lid. Maar tja, contributie werd nooit betaald. Je weet je moet geld hebben. Als lid zijnde mocht je altijd twee introducés meenemen. Het stikte van die Hollandse jongens toendertijd. Je moet je voorstellen, ik had zeven zussen. Dan had je die MP's, Harmsen en zo. Als Harmsen en die andere kwamen op die zware Indians 38) dan vlogen die Indians links en rechts. Al die jongens uit de "zwarte" buurt werden gepakt. Je had boeroe meisjes genoeg nog en dus kwamen ze deze kant op. Dan bracht ik ze mee. Ik heb heel wat van ze gekend. Piet Ganzenfles was een heel goeie vriend van mij. Die was bij mevrouw Petri. Hij had getekend voor Korea. Hij had tegen mij gezegd: 'Eef, luister, we zien het hier niet meer zitten, laten we gaan naar Korea.' Piet is naar Korea gegaan. Ik wilde ook gaan, maar Moesje wilde niet dat ik zou gaan en begon te huilen. Enfin, als ik was gegaan, was ik zeker als generaal terug gekomen. We zouden niet gaan vechten, want je moest eerst in Holland twee maanden zandhaas gaan spelen en dan was die oorlog al om. Kat in het bakkie. Die Hollandse militairen hadden geen centen. Ik moest soms
cococola voor ze kopen. Ze kregen alles van het kamp en ze kregen ook ietsjes
geld. Als je een vriendinnetje hebt, al meen je het niet, je wil wat voor dat
mens kopen toch. Op zijn minst. Een keertje dan, 's avonds na het feest moest
ik Moe Tammenga 40), Bertha en Käthe
naar huis brengen, want ik had mijn taxi. Moe Tammenga en Bertha woonden voor
de Tweede Rijweg. Hilvarenbeek werd het genoemd. Käthe woonde bij de Kolonistenweg.
Ik pakte die taxi en bracht Bertha en Moe via de Eerste Rijweg en Kwattaweg naar
huis. Om daarna via de Tweede Rijweg naar de Kolonistenweg te gaan om Käthe
af te zetten. Het laatste stukje naar huis, onder de grote boom, reed ik dan over
de Verlengde Gemenelandsweg. Käthe zat voor naast mij. Toen Bertha en Moe
uitstapten ging Moe naast de auto staan en zei tegen Käthe: 'Käthe,
dan moet je achterop gaan zitten.' | Figuur
12 Opmerking
37) Opmerking
38)
Opmerking 39) Opmerking
40) |
JackpotJe had in de VANK o.a. een gezellige avond, kaarten, jackpot. Dat was ook weer iets, die jackpot. Ik had twee vriendjes, allemaal van de buurt. Humbert Rijsdijk en Jan van den Berg. Ik en Jan zijn op dezelfde dag geboren: 1 april 1929. We zijn dus even oud. Waren vaak met ons drietjes. Op een dag ging ik met Humbert naar de VANK, Jan was er niet bij. We komen daar aan bij die jackpot. In die jackpot moest je een kwartje zetten. Humbert had twee kwartjes en ik had twee kwartjes. Dus 50 cent, dat was een hoop geld voor die tijd. Een cococola was 10 cent, maar als je jong bent heb je veel nodig. Enfin. We gingen, Humbert en ik. 'Weet je wat, laten we jackpot proberen. Jij een kwartje en ik een kwartje. Als we verliezen blijven we hier en hebben we pech. Als we wat er uit halen gaan we eten in de stad.' Maar als je iets wilt hebben dan moet je er zwaar in geloven toch, want anders kom je nooit in de hemel, dat begrijp je. En Humbert zette er z'n kwartje in en hij kreeg drie ballen,
want je had 3-5-15 en dan kon je de jack krijgen. Die jack is als alles onder
was en dan kon je 25 gulden winnen. Dat was me een kapitaal. Je kon bijna een
auto van kopen. Dus dan blijven er vier kwartjes over, want dat ene kwartje had
je al gespeeld. We hadden al een beetje winst, maar niet genoeg voor portie. Dus
we gingen weer twee kwartjes proberen. 'Als we niet winnen, dan blijven we hier
en kunnen een cococola drinken.' Tengeleng
Weer wat, ik weet niet meer hoeveel,
maar het was nog niet die jack. En toen acht. 'Dan gaan we door.' Ik was lid,
maar Humbert niet. Als een lid die jack kreeg, dan kreeg hij ook de bonus van
25 gulden. Jaaaa. Humbert trekt en ik zag ze vallen. 'Jack!' roep ik. Al die kwartjes,
we grepen er naar en zetten het in onze zak. Humbert stond achter dat ding te
kijken. | Figuur
14
Opmerking
41)
|
BellevueMaar ook een andere grap. Dit is waar gebeurd. Het is geschiedenis. Je had Humbert's broer Jan. Jantje werd hij genoemd. Jantje Rijsdijk 43). Ai. Dan had je die oom van tante Joke, oom Arie (Harrie) Rozenberg 44). Hij werd Hoge Neuten 45) genoemd. Omdat hij een beetje lang was. We hadden de pest aan die vent. Hij had een partij vruchten daar. Maar je mocht alleen guave aanraken, en sterappel. De rest mocht je niet aankomen. Dus Hoge Neuten, tante Anna Rijsdijk 46), en Jacob Rozenberg 47), pa opoe werd hij genoemd, hadden een samenwerkingsverband, een compagnie, zo werd dat ding genoemd. En die plantten samen bananen. Van tante Anna werd gezegd, dat als ze dood zou gaan ze d'r ogen niet zou sluiten, en dat ze die met een koprosensi 48) moesten sluiten Een Hindostaan verkocht de bananen voor ze. Het geld bleef bij tante Anna. Tante Anna was de beheerster van het kapitaal en dan werd het in drieën gedeeld. Tante Anna plantte geen bananen. Het geld bleef bij Hoge Neuten thuis. Die mensen kenden geen bank. Bank was niet te vertrouwen. Oom Arie sliep in een hemelbed. Een mooi ding mang. Als dat ding er nu nog was, was het miljoenen waard. En daarnaast had je de kast met kapitaal. De kluis. De kluis had geen combinatieslot. En Jantje sliep er voor op de grond. Jantje wist het natuurlijk. Hij werkte bij de scheepvaart als leerling bij Chin A Paw. Dus, 's avonds als hij tegen die kluis aan lag, dan begrijp je het zelf wel... Dus Jantje nam ieder keer wat. Niet alles hoor. En gebeurde er? Jantje had nooit geld en plotseling was Jantje los. Jantje zei: 'Hé Evie, luister no. Wat voor film e draai?' John Wayne, cowboy film. We waren gek op cowboyfilm. Ik wilde gaan naar die film, maar het was bigisma film 49). Maar ja, ik had een korte broek. Want vroeger, naargelang je leeftijd, kreeg je een broek. Eerst kort, dan driekwart en dan lang. Om halfnegen begon de voorstelling in Bellevue. Moesje zei: 'Je gaat je gang.' Dus ik op zoek naar een lange broek. Jantje kwam 's middags om vier uur aan. Om halfnegen begon dat ding hoor. Dus met Lijn 2. We lopen dus naar Bellevue. Bij elke winkel stopte Jantje. En ik had een behoorlijke appetijt. Bol, drinken. We kwamen aan bij Bellevue. Als je bij iedere winkel bent gestopt dan werd het ook acht uur 's avonds voordat je in die Domineestraat was. En ik had maar 50 cent. Vierde rang was 40 cent. Ik wilde derde rang zitten van de bioscoop zodat ik nog wat overhield voor een cococola. Je had verder de tweede rang, derde rang en box, box was het duurste. Jantje ging kaartjes kopen. Ik gaf hem mijn geld, maar Jantje zei: 'Mang, hou het.' Ik zei: 'Sam sa? 50)' Hij zei:'Ik heb overuren gemaakt.' Box werd het. Hij had weer een rondje bollen en icecream gekocht en naar boven gebracht. Dan in die box van Bellevue aan de Domineestraat. Die box had vierkante dingen rondom, een balustrade. Jantje zette z'n benen op dat ding. Dus moni de 51). Film. Het was een mooie film hoor. 's Avonds gingen we naar huis, je had van die midnight stores. Voor de mensen die na de bioscoop een snackje wilden kopen. Toen werd het geen snackje genoemd maar batjauw frita enzo. Ik was er gek op. Lekker hoor. Echte batjauw. Lontu 52). Die dikke. Enfin. Als je jong bent, heb je altijd honger, toch. Ik groeide toen bijna niet meer. We kwamen thuis. Twee dagen later riep moesje ons. Want wat was er gebeurd? Ze hadden ontdekt dat Jantje wat had gelicht uit de kluis. Plotseling mocht ik niet meer met Jantje omgaan. Maar Jantje is mooi niet in de bak
gegaan. Hij kreeg wel een flink pak slaag van zijn vader. Waar zou hij het van
terug moeten betalen? Ik was toen 16, Jantje was ietsje ouder, 18. |
Opmerking 43) Opmerking
44) Opmerking
45) Opmerking
46) Opmerking 47) Opmerking
48)
Figuur
16 Opmerking
49) Opmerking
50) Opmerking
51) Opmerking
52) |
UNI - tweedrachtKijk ook met die verenigingen van ze, VANK en UNI
53). Je hebt maar een paar boeren, komen
ze bij elkaar en je hebt direct twee partijen. Zo'n kleine gemeenschap. |
Opmerking 53) Bakkeljauw frita, snackNodig Bereiding Bron: www:surinaamsekeuken.web-log.nl. Opmerking 54) |
Wordt vervolgdVoor Deel
4
|