Evert Vermeer, 78 jaar
Oom Evie is geboren op 1 april 1929 en daarvan zegt hij trots:
'1 april 1929 was een paasdag.'
(Red.: Maandag 1 april 1929 was inderdaad Pasen, en wel de 2e Paasdag.)
RedactioneelTijdens onze vakantie in Switi Sranan hadden we een afspraak gemaakt om van oom Evie tori te horen over vroeger. Van de zus van oom Evie, tante Ine Vermeer, hebben we veel dierbare oude foto's gekregen om bij deze tori te plaatsen; ook heeft zij aanvullingen op de tori gegeven, waarvoor onze dank. Deze aanvullingen hebben wij in voetnoten opgenomen. Wij hebben oom Evie's verteltrant zoveel mogelijk aangehouden. Het verhaal van Oom Evie hebben we in vier delen geknipt. Het eerste deel is reeds gepubliceerd. Hieronder volgt het tweede deel, de andere delen zullen we de komende maanden publiceren. Voor Deel
1 |
Deel 2 |
|
Aankoop boerderij aan GarnizoenspadIk kwam van school, toen zei Patje, ze gaan land veilen daar. Twee veilingen zouden plaats vinden: een stuk land van 80 ha en een van 300 ha. Dus ik ging met die man mee naar Kwatta, eind Kwatta, om te kijken. Het was een soort voetpad, voorbij 4e Rijweg. We kwamen daar en er was een bos possentriebomen; het zat wel vol kokosnootbomen. Had de vorige eigenaar kokosnoot geplant en zo. Het land was van een zekere Bert Hoen. En ook de 300 ha was van die Bert Hoen. Hij was een soort familielid van de Veldkamp's hoor. We kwamen daar en je had een soort dam naar binnen en ik ging kijken: houten bruggetje, goten, water. En ik keek, helder water, en ik zag die kwikwis 16), zulke kanjers en ik zei tegen Patje: 'é kopen.' Want ik hou van hengelen. Uiteindelijk kwam de dag. Patje ging naar de veiling en hij had geluk. Hij had 80 ha gekocht voor 2000 gulden. Hij zat in zijn melkwagen en kwam zingend thuis die dag, hoorde ik van moesje. Want ik was er niet, ik was op school. Hij had land gekocht. Enfin, 's middags kwam ik thuis en wilde gaan kijken naar het stuk grond, maar ja, dat mocht niet. De volgende dag gingen Patje en moesje kijken, en ik reed full speed achter ze aan, maar werd weer naar huis gestuurd. Toen zei ik: 'Maar luister, nu heb je 80 ha gekocht, waarom heb je die andere 300 ha ook niet bijgekocht?' Maar ja, je moet centen hebben, hè. Toen begon Patje koeien te brengen. Maar opa Karoe (Karel van Brussel)
zei: 'Evert, je moet nog geen koeien brengen, want die beesten gaan dood
gaan. Het is geen gras, het is alleen maar kapuweri 17).'
Toen we op Garnizoenspad gingen kopen, woonden we bij opa Karoe aan de Verlengde Gemenelandsweg, maar Patje had het in zijn kop gezet om te gaan wonen op Garnizoenspad. Alleen, de kinderen moesten wel naar school en dat was 12 km van de stad, dus hoe ga je dat spelen. En moesje wilde daar niet gaan wonen. Want muskieten, muskieten, verschrikkelijk. Allerlei ongemak. Enfin toen heeft hij weer een lening gekregen van notaris Miranda om een huis te bouwen op neuten, twee verdiepingen. Toen zijn we daar gaan wonen. Maar de eerste avond dat we daar waren hoorden we die stinkvogels. Die dingen kunnen 's avonds een vreselijk geluid maken. Het klonk als: 'Oh God, help me!' Net zo'n geluid maken ze. Moesje zei altijd: 'Hoor wat die beesten zeggen: Oh God, help me!' In het beginne hebben we behoorlijk gepinaard 20)
daar. |
Opmerking 16)
Opmerking 17) Opmerking 18) Opmerking 19)
Opmerking 20)
Opmerking 21) |
Willem van Velthuizen genektLater heeft hij gehuurd Willem van Velthuizen, nu wijlen. Hij is bijna
100 jaar 22) geworden. Hij heeft
Willem gehuurd, en dat vind ik weer het gemene van Patje. Willem was getrouwd
met Juliette A.L. Loor en had toen al twee kinderen, het waren doodarme
mensen. Twee gulden verdiende Willem per dag, alleen op werkdagen, op
zondag niet. Heeft Patje tegen Willem gezegd, dat als hij daar zou gaan
wonen, dan zou Patje het huisje afbreken waarin hijzelf woonde bij opa
Karoe en dat huisje op Garnizoenspad voor Willem daar weer opbouwen. Want
dan hadden we dus een beetje aanspraak, begrijp je. En ik en Willem gingen.
Het eerste wat we moesten doen, was ook weer die bosschage kappen om cassave
te planten. Hebben we gedaan. We moesten blijven slapen in het kamp, dat
ik had gebouwd met maripa bladeren. We komen daar. Het had die middag
vreselijk geregend. En 's avonds, je gaat baden. Er werd daar ook hout
gebrand om houtskool te maken. En als ze houtskool branden, heb ook kuilen
die je graaft om het zand op te werpen 23).
En die dingen waren vol water. Dus ik ben daar gaan baden. Helder water
hoor. Weet je dat ik heb gehuild? Middernacht. Willem schreeuwde tegen me: 'Hé, Eef! Opstaan, pingomira 24)!' Zijn mooie grote beestjes. Het was geen bed, maar een kaba, een planken zooitje. Willem ging aan de kant: het zag zwart van de mieren. Trekmieren . Je kunt dan natuurlijk niet meer slapen, dat begrijp je. Wel, ik heb die avond gehuild hoor. Ik en Willem plantten ook meloenen. Ik weet nog, we hadden een stuk open gekapt en de meloenenplanten stonden mooi. Op een gegeven ogenblik was het zover dat het huis gebouwd zou moeten
worden voor Willem, zijn vrouw en kinderen. De afspraak was gemaakt, dat
Willem vier dagen zou moeten werken voor Patje en twee dagen voor zichzelf.
Planten en zo. Ondertussen hadden we het veldje met meloenenplanten, maar die droegen
nog geen meloenen. En toen leefden Patje en ik daar. En op de long run ging het al een beetje
beter. |
Opmerking 22)
Opmerking 23) Opmerking 24)
|
Chevrolet pick-up, acht-cilinder Ford luxewagenIn 1947 kocht mijn vader zijn eerste auto. Een Chevrolet pick-up, driekwart ton. Die auto heeft gekost 3300 gulden Surinaams. Het geld had hij geleend, hypotheek, want wie had geld. Toen begon de boerderij een beetje te draaien. Van de melk die je ging leveren, kwam je niet uit, Wat nu. Je had toen van die Hindostanen daar wonen en iedereen moet een keertje naar de stad. Dus begon hij met zijn Chevrolet mensen te vervoeren van en naar de stad. Dus als je 10 mensen had naar de stad en 10 mensen terug dan had je 5 gulden. Nu kun je er tegenwoordig geen broodje van kopen, maar in die tijd kon je er aardig wat mee doen. Een liter benzine kostte 13 cent. Dus toen kon je die grap wel spelen. Maar dat is weer Suriname hoor. Je had een blakaman, Balinge, die vervoerde ook mensen in een pick-up. Die vent had relaties hier. En mijn vader was concurrentie, toch. Toen hebben ze pappie belet en mocht hij geen mensen meer vervoeren, alleen meneer Balinge mocht het. En ja, toen ging mijn vader natuurlijk, pappie kennende, naar de rechter. Daar was hij een trouwe klant: 'DAN MOET HET MAAR VOOR GAAN!' zei mijn vader woest. Weet je wat mijn vader een keertje heeft gezegd? Ze hebben hem mooi eruit
getrapt daar bij de rechtbank. Die kerels zaten daar achter die groene
tafels toch, die rechters. En dan moet je die mensen ook nog "Edelachtbare"
noemen en dan krijg je nog straf bij. Ezelachtbare, dat zou beter klinken.
Die zware auto gebruikte teveel benzine. Dan had je een Hollander. Typisch
ook een Vermeer-achtige, die was bij scheepvaart Suriname. SMS
25) noemde ze dat ding. geloof ik.
Die had een oude Ford, een zespersoons luxewagen, 8 cilinder. Mijn vader
is zijn Chevrolet pick-up gaan ruilen. Ze hebben hem 2000 gulden gegeven
en die oude auto. Dus ik kwam thuis en zag de auto staan: 8 cilinder.
De eerste de beste dag weigerde dat ding. Ook had die auto geen remmen.
Ik heb die auto wel jaren gereden, want ik heb monteur leren spelen. Ik
kon dat hele ding helemaal uit elkaar halen en weer helemaal in elkaar
zetten. |
|
Bamboesie kanoeAls ik aan die tijden denk dan heb je verlangen ernaar. Ik heb harde tijden gehad: werken, werken, werken en die school enzo, en dat bed ondersteboven gedraaid al dat soort dingen. Maar waarom ik zei, dat mijn vader wreed was. Je was kind en je moet werken. Alle gezinnen waren groot. Maar geef dat kind een beetje gelegenheid om zich een beetje te ontspannen met een spelletje of zo. Ik weet dat oudjaar vreselijk groots gevierd werd in Suriname. Tot de dag van heden nog hoor. Wij hadden geen geld. Geld was schaars toen. Dus wij maakten bamboesie kanoe. Heb je er ooit van gehoord? Een bamboestengel van drie moten, het laatste tussenschot houdt je heel. In de laatste moot ervan boorde je een gaatje, brandspiritus erin, even blazen tot de brandspiritus was verdampt en dan aansteken en dat ding schiet meer dan een pagara. Een knal van zo heb je me niet. En dan kom je bij koelarie, er was een Hindostaans winkeltje hier. Het was een fijne vent. Ja. Brandspiritus kopen. Bigisensi 26) brandspiritus en dan schiet je de hele dag. Humbert Rijsdijk kwam bij mij en dan schoten we samen. Op een morgen zaten we mooi te schieten, kwam mijn vader naar mij toe
en beval: 'JE MOET MEE.' Een van die ellendige koeien van hem was tuchtig.
Naar Gerrit van Dijk, want die heeft een vreselijk goeie Hollandse stier.
Het beest moet daar gedekt worden. |
Opmerking 26)
Skoinsi, Surinaams Munten- en Bankbiljettenkwartet,
Uitgeverij Rafaël met medewerking van Stichting Surinaams Museum,
1994. |
VliegerenEen keertje weer. Dan zat je. Weer een koe tuchtig. Nu had ome Gerrit Lammers, opa Albert Lammers 27) leefde nog hoor, een goede stier. En pa Vermeer vond dat dat grote beest koe maar moest dekken. Toen had ik een vlieger. Het was vliegertijd. Vlieger hemelshoog. Kwam hij met dat ding. 'DIRECT MEE.' Ik bond mijn vlieger aan het prikkeldraad en ik dacht, als dat beest snel gedekt is dan kan ik mijn vlieger weghalen. Boeboe helaas. A vlieger e waka 28). Ik vond het wreed hoor. Dan had ik daar een stuk bos gekapt. Ik en een kennis. Het was geen vriend.
|
Opmerking 27)
Opmerking 28)
|
Verkoop boerderij GarnizoenspadPlotseling zei mijn vader, dat hij de boel ging verkopen. In de jaren
vlak na de WO II heeft hij die hele boerderij aan het Garnizoenspad verkocht
voor 25.000 gulden. Ik hield van dit boerenbedrijf hoor. Voor de huizen heeft hij ook niet veel gehad. We zijn toen aan de Tweede
Rijweg gaan wonen en hadden geen boerderij meer. |
|
Wordt vervolgdVoor Deel 1 Voor Deel 3 |
|